Wat is ons getuigenis?

Christen-zijn en kerk-zijn. Wat een akelige combinatie kan dat toch zijn. Ik weet niet of het aan ons ligt, maar er zitten zoveel kritische geesten in onze kringen. Zo vol met (voor)oordelen en kritische blikken, niets is goed genoeg, alles kan en moet beter. Of het nou het gezinsleven is, persoonlijke zaken of andere dingen, ze weten het altijd beter. Er is kritiek op elk onderdeel van het (christelijke) leven.

Gaat er aantrekkingskracht vanuit? Nee, eerder het tegenovergestelde. Het stoot mensen af. En ja, alles wordt Bijbels onderbouwt, achter elke zin wordt een Bijbeltekst geplaatst, alles is gestoeld en gefundeerd op Bijbelse zinnen. En toch, gaat hier een getuigenis vanuit? Nee. Om me heen zie ik mensen in de stress schieten, onzeker worden, zenuwachtig worden.

Toen ik hierover nadacht moest ik denken aan de Heere Jezus. Trok Hij mensen aan? Jazeker, massa’s mensen zelfs. Zowel de mensen die Hem waarlijk lief hadden als de mensen die aanstoot aan Hem namen. Stootte Hij mensen af? Oh ja, de mensen die de gerechtigheid in zichzelf zochten. Die mensen kwamen wel, maar namen aanstoot aan wat Hij onderwees. De Heere Jezus ontblootte hun hart en liet zien dat er geen liefde vanbinnen leefde maar slechts een dode orthodoxie. En dat is precies het punt, dode orthodoxie, hoe goed de leer ook is, het geeft geen eeuwig leven en het straalt niets anders uit dan wetticisme en farizeïsme.

Echter, een verandert hart, een hart dat toegeeft zwart te zijn, een hart dat toegeeft zwak en zondig te zijn, een hart dat belijdt “Ik heb een verlosser nodig!”. Juist dát hart heeft de Heere Jezus nodig. En is de Heere Jezus daar ook niet voor gekomen? Hij zegt het zelf dat Hij juist gekomen is voor de mensen die gebroken zijn van hart, die ziek zijn, die geen genezing hebben maar juist door de zwakheid van hun eigen vlees terneergedrukt worden. Niet de mensen die door hun eigen werken hun ego nog meer opblazen.

En die spiegel is allereerst voor mijzelf: Ben ik die criticaster? Ben ik die man die een dode orthodoxie aanhoudt en anderen daarmee veroordeelt met een liefdeloos hart? Ik ben bang dat ik me daar zeker schuldig aan heb gemaakt en ik belijd dat. Weet je waarom? Omdat ik zie en herken dat dat niet een hart is dat achter de Heere Jezus aan wil gaan. Het is een hart dat het zelf beter weet dan anderen, een hart dat (ver)oordeelt. Een hart zonder liefde.

Hij zegt het zelf dat Hij juist gekomen is voor de mensen die gebroken zijn van hart, die ziek zijn, die geen genezing hebben maar juist door de zwakheid van hun eigen vlees terneergedrukt worden.

Maar dan keren we onze blik naar de Heere Jezus en in Hem zien we genade en waarheid in Die volmaakte, goddelijke combinatie. Hij is de volmaakte mens waarin beide kanten bij elkaar komen in een volmaakte stroom van gerechtigheid. Waarom worden mensen aangetrokken tot Hem? Omdat Hij zachtmoedig is en nederig van hart. Omdat Zijn hart overstroomt van liefde en vergeving. Omdat Hij als volmaakt Lam Gods die weg is gegaan die ik anders had moeten gaan. Hij onderging de straf, Hij naam het oordeel op Zichzelf om zo het leven te schenken aan hen die in Hem geloven.

Dat is de vraag – ben ik, ben jij in Christus? Is dat de plek waar je schuilt? Bevind jij je achter het bloed dat op de deurposten is gesmeerd? Daar zijn we veilig, daar gaat het oordeel ons voorbij en breekt een nieuw leven aan. Een leven bevrijdt van de zonde, maar wel een leven dat door de woestijn gaat, een leven waarin we soms dorsten en smachten om water en voedsel, een leven waarin we soms klagen en zo moe zijn dat we niet meer kunnen. Maar ook een leven waarin de Middelaar ons voorleidt naar dat eeuwige beloofde land. De grote Mozes, de grote Jozua, onze Heere Jezus Christus. Nu worstelen we nog in de woestijn van het leven, met soms grote rotsen, soms uitgestrekte, hete zandvlaktes en met hier en daar een oase (denk aan die plek met palmbomen en waterbronnen waar de Israëlieten kwamen) waar we tot rust kunnen komen en kunnen drinken en rusten om zo weer verder te gaan.

Dat is het Christelijke leven in een notendop. Bevrijdt, maar nog steeds op reis.

De vraag is – van welk leven gaat een levend getuigenis van uit? Waar gaat aantrekkingskracht vanuit? Van iemand die die continue overal kritiek op heeft en alles beter weet? Iemand die onuitgesproken zegt al bij de eindstreep te zijn en achterom kijkt en de rest op hun fouten wijst en veroordeelt? Of van die medereiziger die naast je komt lopen, de arm om je heen slaat, je ondersteunt en je helpt op weg naar de eindstreep?